ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)

Taxonomie

Klasse
Mammalia
Orde
Perissodactyla
Familie
Rhinocerotidae
Geslacht
Stephanorhinus
Soort
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)

Voorkomen

Bosneushoorn.

Wetenschappers zijn het er nog altijd niet over eens of er naast Stephanorhinus etruscus al dan niet een tweede neushoorn in de fauna van Tegelen voorkomt. In zijn proefschrift herkent Bernsen (1927) in het materiaal naast "Rhinoceros" etruscus ook de bosneushoorn "Rhinoceros" mercki [= Stephanorhinus kirchbergensis] Volgens Loose (1960, 1975) behoren echter alle neushoornfossielen uit Tegelen tot de Etruskische neushoorn. Guérin (1980) stelt echter in zijn overzicht van de fossiele neushoorns van Europa dat Stephanorhinus kirchbergensis wel degelijk in Tegelen voorkwam.


Het al dan niet voorkomen van de bosneushoorn in Tegelen heeft belangrijke stratigrafische consequenties. Stephanorhinus kirchbergensis is namelijk een typische Midden Pleistocene soort, terwijl Tegelen een Vroeg Pleistocene fauna is. Omdat Guérin abuisievelijk aannam dat er in Tegelen ook een nijlpaard voorkwam, plaatste hij Tegelen te jong in de stratigrafische kolom. Voor hem was het voorkomen van de bosneushoorn in Tegelen dan ook geen probleem. Als de determinatie van Bernsen en Guérin correct is, zou Tegelen het vroegste voorkomen van S. kirchbergensis zijn. Het zou ook kunnen betekenen dat er bij Tegelen ook jongere lagen zijn aangesneden en dus een deel van de fossielen uit het Midden Pleistoceen zou komen. Het is in ieder geval opvallend dat al de fossielen die als S. kirchbergensis zijn gedetermineerd, komen uit één collectie, die van het missiemuseum in Steyl. Tegenwoordig ligt dit materiaal in Naturalis. O'Regan en Turner (in druk) noemden de aanwezigheid van jongere lagen in de omgeving van Tegelen ook als een mogelijke verklaring voor het voorkomen van een groot exemplaar van Panthera gombaszoegensis in de fauna van Tegelen.


Waar het voorkomen van Stephanorhinus kirchbergensis omstreden is in Tegelen, is de soort uit andere vindplaatsen wel met zekerheid bekend. Rutten (1909) beschreef een P4 of M1 uit de kleigroeven bij Neede. In de omgeving van Rhenen, uit hetzij de groeve Vogelenzang of Leccius de Ridder, is een hielbeen van de bosneushoorn gevonden (Van Kolfschoten, 1981).

Bijzonderheden

De bosneushoorn Stephanorhinus kirchbergensis komt men in de literatuur ook tegen onder de naam S. mercki. Omdat de naam kirchbergensis in de vergetelheid dreigde te raken, geven sommige auteurs de voorkeur aan deze laatste naam. De soortnaam mercki is echter twee jaar later bedacht dan kirchbergensis. Kaup (1841) introduceerde de naam Merckii omdat hij een hekel had aan de verlatinisering van ‘echte Duitse namen' (Loose, 1975). Nomenclatorisch gezien is dat natuurlijk geen argument, zodat mercki gezien moet worden als een junior synoniem van kirchbergensis.

 

De bosneushoorn is de grootste van de vier uit Nederland bekende soorten. De dieren waren groter dan de recente neushoorns. De mannetjes werden zelfs bijna net zo groot als de tegenwoordige Aziatische olifant (Guérin, 1980). Verder had hij zeer lange benen en een hoge positie van de kop. De extreme grootte van deze neushoorn, in combinatie van de schedelpositie en de matig hoogkronig ontwikkelde molaren, suggereren dat dit dier voornamelijk een browser is geweest. Het neustussenschot is alleen aan de voorzijde vergroeid. De gewrichtsverbindingen van de ledematen duiden op een bewoning van dichte bossen of in ieder geval beboste gebieden. Deze neushoorn wordt beschouwd als de vaste begeleider van de bosolifant. Deze soorten leefden in bossen of parklandschapachtige biotopen, maar de bosneushoorn is toch ook bekend uit vindplaatsen die duiden op een savanneachtige omgeving (Loose, 1975). Hij is echter nooit in een steppeomgeving te vinden. Dat is het terrein van de steppeneushoorn, Stephanorhinus hemitoechus.

Referenties

  • Loose, H. 1960 Dicerorhinus kirchbergensis in the Tiglian?- Proceedings van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen seriesB 63 (3): 380-382.

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus hydruntinus Regalia, 1907
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homo sapiens Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Mimomys
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen