ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938

Taxonomie

Klasse
Mammalia
Orde
Carnivora
Familie
Felidae
Geslacht
Panthera
Soort
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938

Voorkomen

Europese jaguar.

Antje Schreuder herkende als eerste in 1950 het voorkomen van een katachtige in de Klei van Tegelen, aan de hand van fossielen die in 1943 gevonden waren. Ze zou ze echter niet meer beschrijven. Dat gebeurde door von Koenigswald (1961), die deze kat ter grootte van een panter P. schreuderi noemde naar de in 1951 overleden paleontologe. Zijn beschrijving was gebaseerd op veertien losse tanden en kiezen, waaruit echter delen van kiezenrijen van individuen gereconstrueerd konden worden. Dit is op zich niet ongebruikelijk voor fossielen uit Tegelen; dergelijke kiezenrijen kennen we ook van hyena's en beren. Waarschijnlijk was in dat soort gevallen de kaak of schedel wel aanwezig, maar werden door de kleiwerkers die de vondst deden alleen de glimmende, harde kiezen herkend. Het vochtige en zachte botmateriaal zou dan bij het verzamelen zijn vernietigd (Schreuder, 1949).


Hemmer en Schütt (1969) stelden als eersten dat Panthera schreuderi een synoniem is van P. gombaszoegensis, alhoewel Hemmer eerder één van de exemplaren had ondergebracht bij P. schaubi, een enigmatische soort uit St. Vallier (Hemmer, 1965). P. gombaszoegensis is ook de naam waaronder we de vondsten uit Tegelen tegenkomen bij O'Regan en Turner (in druk). Zij beschreven materiaal uit de collecties van Naturalis dat verzameld was na de publicatie van Von Koenigswald (1961). Zij bestudeerden niet alleen een complete onderkaak (RGM 103142), maar ook afgietsels van onderkaken die gemaakt waren van een natuurlijke afdruk in een concretie (RGM 102738).


Hemmer (2003) ziet in de panter van Gombasek een ondersoort van de jaguar, Panthera onca gombaszoegensis. Onder deze naam is een kaakfragment dat in 1997 op de Maasvlakte is gevonden geclassifideerd (Hemmer & Kahlke, in druk). Dit kaakfragment dat op basis van de fossilisatiegraad hoort in de laat Vroeg/vroeg Midden Pleistocene fauna I, bevindt zich in de collectie A. Schoneveld (Spijkenisse).

Bijzonderheden

Kies jaguar Langenboom

Een middelgrote katachtige is bekend uit tal van Vroeg Pleistocene vindplaatsen in Europa. Meestal gaat het daarbij om weinig en fragmentarisch materiaal, alhoewel bijvoorbeeld uit St. Vallier (Frankrijk) een complete schedel beschreven is (Viret, 1954). Hemmer (2001, 2003) ziet in het materiaal de voorouders van de recente grote katten uit Amerika, de poema en de jaguar. Bovendien zou een deel van het materiaal mogelijk toegeschreven kunnen worden aan het luipaard, dat pas vanaf het Midden Pleistoceen met zekerheid in deze streken is aangetoond (Fischer, 2000). Poema en jaguar zouden op een gegeven moment via Beringia de oversteek naar de Nieuwe Wereld hebben gemaakt, waarna ze in Eurazië mede door de concurrentie met leeuw en tijger uitstierven. Dit model is aantrekkelijk omdat het de herkomst van de recente katten verklaart. Het is echter de vraag of de zeldzame en fragmentarische kattenfossielen van het Vroeg Pleistoceen dergelijke ideeën voldoende ondersteunen. Zeker omdat Hemmer binnen de jaguarlijn ook nog eens meerdere ondersoorten herkent, Panthera onca toscana en P. o. gombaszoegensis. Doordat Hemmer (1965) één van de exemplaren uit Tegelen afscheidde als Viretailurus schaubi, en die soort later weer plaatste in het geslacht Puma (Hemmer, 2001), waren in zijn model zowel poema als jaguar aanwezig in Tegelen.

Onderkaak panthera gombaszoegensis
Het alternatief is om al deze panterachtigen te plaatsen binnen één soort, P. gombaszoegensis. Als we die opeenvolgende voorkomens naast elkaar leggen, blijkt dat deze panter in de loop van de tijd in grootte toenam. Een dergelijke evolutielijn is niet ongebruikelijk. De beer Ursus etruscus, die eveneens in Tegelen voorkomt, wordt ook gedurende het Laat Plioceen en Vroeg Pleistoceen steeds groter. Het is wel opvallend dat uit Tegelen, één van de eerste voorkomens van P. gombaszoegensis, er al een heel groot exemplaar bekend is. O'Regan en Turner (in druk) verklaren dit door seksuele dimorfie, alhoewel ze aangeven dat het ook mogelijk is dat in de collecties van Tegelen materiaal van verschillende ouderdommen gemengd is.


De jongste vondsten van Panthera gombaszoegensis dateren van het vroeg Midden Pleistoceen. Onder andere in de Duitse vindplaats Mosbach wordt de Panter van Gombasek gevonden naast de eerste voorkomens van de leeuw (Hemmer & Schütt, 1969). Daarmee is duidelijk dat deze panter niet de voorouder van P. leo kan zijn (Kahlke, 1994).

Referenties

  • Hemmer, H. 1965 Studien an "Panthera" schaubi Viret aus dem Villafranchien von Saint-Vallier (Drôme). - Neues Jahrbuch für Geologie und Paläontologie, Abhandlungen 122 (3): 324-336.
  • Hemmer, H. & G. Schütt 1969 Ein Unterkiefer von Panthera gombaszoegensis (Kretzoi, 1938) aus den Mosbacher Sanden. - Mainzer Naturwissenschaftliches Archiv 8: 90-101.
  • Fischer, E. 2000 Ein Leoparden-Fund, Panthera pardus (L., 1758), aus dem jungpleistozänen Rixdorfer Horizont von Berlin und die Verbreitung des Leoparden im Pleistozän Europas. - Mitteilungen Museum für Naturkunde Berlin, Geowissenschaftliche Reihe 3: 221-227.
  • Nagel, D., S. Hilsberg, A. Benesch & J. Scholz 2003 Functional morphology and fur patterns in Recent and fossil Panthera species. - Scripta Geologica 126: 227-240.

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus hydruntinus Regalia, 1907
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homo sapiens Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Mimomys
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen