ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Mimomys

Taxonomie

Klasse
Mammalia
Orde
Rodentia
Familie
Arvicolidae
Geslacht
Mimomys, Pitymimomys
Soort 1
Mimomys cf. polonicus
Soort 2
Mimomys pliocaenicus
Soort 3
Mimomys tigliensis (Tesakov, 1998)
Soort 4
Mimomys reidi (Tesakov, 1998)
Soort 5
Mimomys hordijki
Soort 6
Mimomys altenburgensis
Soort 7
Mimomys savini
Soort 8
Mimomys pusillus
Soort 9
Pitymimomys pitymimoides
Woelrat.

Het geslacht Mimomys is belangrijk voor de stratigrafie van het Laat Plioceen/Vroeg Pleistoceen. Alle knaagdierzones die door Fejfar et al. (1998) worden onderscheiden, worden naar één of twee soorten uit dit geslacht vernoemd. In jongere aardlagen worden de directe nakomelingen van Mimomys, de woelrat Arvicola, gebruikt voor stratigrafische doeleinden. Deze overgang is goed gedocumenteerd. De jongste Mimomys, M. savini en de oudste Arvicola, A. cantiana, verschillen alleen in het ontbreken van wortels in de laatstgenoemde soort.


Eén van de kenmerken van Mimomys is de frequente aanwezigheid van een eilandje van tandglazuur op de voorlob van de m1 en de achterlob van de M3. Dit Mimomys eiland ontstaat uit inbochtingen van het tandglazuur en is alleen te zien in bepaalde stadia van afslijting. Een ander kenmerk is de aanwezigheid van wortels. Het geslacht kent vele soorten en het laatste woord over de taxonomie van Mimomys is nog zeker niet gezegd. De precieze afscheiding van het geslacht en het onderscheiden van subgenera verschillen dan ook van auteur tot auteur.


De kiezen van de verschillende Mimomyssoorten zijn vrij groot. Dit heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen, dat ze veelvuldig zijn gevonden in verschillende boringen.


De oudste Mimomys van ons land is waarschijnlijk M. cf. polonicus, die op meer dan 200 m diepte gevonden is bij de Meern (Utrecht) (van Kolfschoten, 1990c). Pollenanalyses van de sedimenten uit de boring plaatsen de kies net onder de grens tussen Praetiglien en Tiglien (Zagwijn, 1974). In het Tiglien wordt M. polonicus opgevolgd door M. pliocaenicus. Deze grote woelmuis is gevonden in de Oosterschelde (van Veen, 1998), in de groeve Maalbeek bij Belfeld (Westerhoff et al., 1998), en in Tegelen (Tesakov, 1998). Daarnaast is de soort bekend uit tal van boringen (Schreuder, 1943).


Mimomys pliocaenicus is zeker niet de enige Mimomyssoort uit het Tiglien. In Tegelen worden nog twee kleinere soorten onderscheiden, M. tigliensis en M. reidi (Tesakov, 1998). De twee soorten verschillen vooral in de ontwikkeling van het cement, dat bij M. tigliensis veel rijker aanwezig is dan bij M. reidi. Omdat de hoeveelheid cement echter in de loop van het leven toeneemt, zijn de twee soorten soms lastig te onderscheiden. M. tigliensis is behalve uit Tegelen ook bekend uit de Oosterschelde (van Veen, 1998), van de Maasvlakte (van Kolfschoten & Vervoort-Kerkhoff, 1999) en uit verschillende niveaus van de Zuurlandboring, welke laatste oorspronkelijk onder de naam M. blanci gepubliceerd werden (van Kolfschoten & van der Meulen, 1986, van Kolfschoten 1990c). De Maasvlakte en de Zuurlandboring leverden ook fossielen van M. reidi. Verder is deze soort nog gevonden in de groeve Maalbeek (Westerhoff et al., 1998) en in boringen bij 's Gravendeel en Breda (Scheuder, 1943). Overigens trof Tesakov (1998) in Tegelen ook nog één M3 aan van een soort die tot dan toe in Mimomys geplaatst werd, maar volgens hem in een apart genus geplaatst dient te worden. Deze Pitymimomys pitymimoides is behalve uit Tegelen ook bekend uit één van de diepere niveaus uit de Zuurlandboring (van Kolfschoten, 1990c).


In het Tiglien van de Zuurlandboring is Mimomyssoort gevonden, die tot dusver alleen van deze plek bekend is. De soort wordt gekenmerkt door een zeer sterke 'Mimomysrichel', een uitstulping langs één van de voorste prisma's van de m1. Ter ere van Leen Hordijk, die de boringen bij Zuurland geplaatst heeft, werd deze soort M. hordijki genoemd. Een boring bij Asperen leverde uit Tiglien afzettingen een m1 van M. altenburgensis op. Verder is deze soort niet in ons land gevonden.


De volgende soort in de hoofdlijn van Mimomys is M. savini. Fejfar et al. (1998) onderscheiden twee zones, gebaseerd op het al dan niet samen voorkomen van deze soort met M. pusillus. Zowel M. savini als M. pusillus zijn in ons land vooral van boringen bekend (Schreuder, 1943; van Kolfschoten & van der Meulen, 1986). De enige uitzonderingen zijn de vondsten van M. savini uit Bavel (van Kolfschoten, 1990d) en op de Maasvlakte (van Kolfschoten & Vervoort-Kerkhoff, 1999).

Referenties

  • Kolfschoten, T. van 1990c Klimaat en Landschap in de Oude Steentijd. Maastricht (Dienst Kunst, Cultuur en Onderwijs, Natuurhistorisch Museum).
  • Kolfschoten, T. van & A.J. van der Meulen 1986 Villanyan and Biharian mammal faunas from the Netherlands.- Memoires Societa Geologica Italiana 31: 191-200
  • Kolfschoten, T. van & Y. Vervoort-Kerkhoff 1999 The Pleistocene and Holocene mammalian assemblages from the Maasvlakte near Rotterdam (the Netherlands), with special reference to the Ovibovini Soergelia minor and Praeovibos cf. priscus. - in: Reumer, J.W.F. & J. de Vos (eds.) Elephants have a snorkel! Papers in honour of Paul Y. Sondaar. Deinsea 7: 369-382.
  • Schreuder, A. 1943 Het landschap van Tegelen. - Natuurhistorisch Maandblad 32: 64-66.
  • Tesakov, A.S. 1998 The Voles of the Tegelen fauna. - in: Th. van Kolfschoten & P.L. Gibbard (eds) The Dawn of the Quaternary. Proceedings of the SEQS-EuroMam symposium 1996. Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO 60: 71-134.
  • Veen, J. van 1998 Kor en Bot en de Muizenbuis. De vangst van de eerste resten van kleine zoogdieren uit het Tiglien van de Oosterschelde.- Cranium 15 (1): 21-29.
  • Westerhoff, W.E., Cleveringa, P., Meijer, T., Kolfschoten, T. van & Zagwijn, W.H., 1998 The Lower Pleistocene fluvial (clay) depaosits in the Maalbeek pit near Tegelen, The Netherlands.- in: Th. van Kolfschoten & P.L. Gibbard (eds) The Dawn of the Quaternary. Proceedings of the SEQS-EuroMam symposium 1996. Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO 60: 35-70.

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus hydruntinus Regalia, 1907
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homo sapiens Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen