ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)

Taxonomie

Klasse
Mammalia
Orde
Artiodactyla
Familie
Cervidae
Geslacht
Megaloceros
Soort 1
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882)
Soort 2
Megaloceros savini (Dawkins, 1887)

Voorkomen

Dawkins reuzenhert.
Uit de locatie 'Het Gat' van de bodem van de Noordzee zijn een groot aantal Vroeg Pleistocene resten van herten opgevist. In juni 2001 werd vier dagen lang gericht op deze locatie gezocht naar fossielen met de kotter 'Johannes' (SL 27). Tussen de 34 hertenfossielen bevonden zich acht geweiresten van een reuzenhert. Ofschoon in het overzicht van de vondsten Post et al. (2001, tab. 2) deze resten nog tot Megaloceros dawkinsi rekenen, bespreken ze in hun beschrijvingen de mogelijkheid dat een deel van het materiaal zou toebehoren aan Savini's reuzenhert, Megaloceros savini.

Bijzonderheden

Dawkins reuzenhert onderscheidt zich o.a. van het reuzenhert van de steppen, Megaloceros verticornis, doordat de schedel aanzienlijk kleiner moet zijn geweest. De soort werd beschreven op grond van een geweitak van een relatief jong individu in 1882. Het gewei, met name de basis, wordt gekenmerkt door zijn rond-ovale omvang en een knobbel die aangeeft dat er ooit in de vroege voorkomens van deze soort dicht bij de basis van het gewei een oogtak aanwezig moet zijn geweest. Soms ontbreekt deze knobbel. In de literatuur komen we deze soort vooral tegen in East Anglia (Engeland). Het meeste materiaal van de reuzenherten aangetroffen in 'Het Gat' behoort zonder meer toe aan Dawkins reuzenhert. Een compleet skelet van de soort is niet bekend. Het beste schedelmateriaal (geweitakken) van deze wetenschappelijk nog vrij onbekende soort bevindt zich in het Natural History Museum te Londen.
Savin's reuzenhert Megaloceros savini, heeft een gewei dat alleen bestaat uit een gering aantal lange, ronde en hoger in het gewei afgeplatte takken. Deze soort is aanzienlijk minder algemeen dan Megaloceros dawkinsi. Uit 'Het Gat' vermoeden wij de aanwezigheid van deze soort op basis van enkele geweitakfragmenten.
Het zal echter nog wel geruime tijd duren voordat we voldoende materiaal verzameld hebben om exact te kunnen vast te stellen welke herten nu precies vertegenwoordigd zijn in de fauna uit 'Het Gat'. Beide soorten hebben een aanzienlijke geografische verspreiding in het Vroeg- en vooral het Midden-Pleistoceen. Verder is het voorkomen van deze reuzenherten in East Anglia door verschillende onderzoekers aangetoond en East Anglia is niet ver ons vondstgebied verwijderd. We moeten hierbij wel aantekenen dat de taxonomie en de nomenclatuur van de grote herten nog niet helemaal duidelijk is.

Referenties

  • Dawkins, W.B. 1868 On a new species of deer from the Norwich Crag..- Quarterly Journal Geological Society, London 24 (1): 516-518.
  • Essen, H. van 1987 Geslachtsnaam reuzenhert: Cranium 4 (2): 102.
  • Post, K., D. Mol, J. W.F. Reumer, J. de Vos & C. Laban 2001 Een zoogdierfauna met twee (?) mammoetsoorten uit het Bavelien van de Noordzeebodem tussen Engeland en Nederland. - Grondboor en Hamer 55 (6): 2- 22.

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus hydruntinus Regalia, 1907
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homo sapiens Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Mimomys
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen