ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)

Taxonomie

Klasse
Mammalia (zoogdieren)
Orde
Primates
Familie
Cercopithecidae
Geslacht
Macaca
Soort
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)

Voorkomen

Makaak van Tegelen.
Een van de opvallendste fossielen uit de kleilagen bij Tegelen is een onderkaak van een makaak (RGM 47424; Bernsen, 1930a, 1931b) (foto 5-1). Het fossiel zit nog in een concretie, een vorm van fossilisatie die we wel vaker bij Tegelenfossielen aantreffen. Vrijwel alle gebitselementen zijn aanwezig. Alleen de snijtanden, de linker hoektand en linker voorste premolaar ontbreken. Aan de zware bouw van de kaak is af te leiden, dat dit een mannetje moet zijn geweest. De slijtage van de kiezen leert ons, dat het dier een vrij hoge leeftijd heeft weten te bereiken. Schreuder (1945) beschrijft nog eens zes geïsoleerde onderkaakstanden uit de groeve Russel-Tiglia van deze Macaca sylvanus florentina, die toebehoren aan een jong individu. Tijdens de expedities om kleine zoogdieren te verzamelen in de jaren zeventig, werd in diezelfde groeve nog een melkkies van deze aap gevonden. De resten van de makaak worden bewaard in de Tegelen-collecties van de musea in Amsterdam en Leiden.

Bijzonderheden

Kaak in kleiknol uit Tegelen.

Resten van makaken zijn gevonden in tal van Europese vindplaatsen uit het Laat Plioceen tot het Midden Pleistoceen. Een premolaar in de Kugelsteinhöhle II (Oostenrijk) toont aan, dat zelfs in het Laat Pleistoceen makaken in Centraal Europa voor konden komen (Fladerer, 1991). Apen zijn echter in de regel zeldzame fauna-elementen en uit de meeste vindplaatsen zijn niet meer dan een paar kiezen bekend. Een uitzondering is de bruinkoolmijn bij Pietrafitta (Italië), waar een groot aantal fossielen van de Pleistocene makaak gevonden zijn (Gentili et al., 1998). In het verleden was het gebruikelijk om vanuit dergelijk materiaal nieuwe soorten te definiëren, waarbij veel gewicht werd gelegd op kleine verschillen. Het gevolg is dat er op een gegeven moment een tiental verschillende namen in omloop waren voor de Europese fossiele makaken. Feitelijk zijn geen van deze soorten te onderscheiden van de recente Macaca sylvanus (Szalay & Delson, 1979). Deze soort heeft tegenwoordig zijn verspreiding in Noord-Afrika en leeft ook op de rots van Gibraltar waar de apen als een toeristische trekpleister gelden. Szalay en Delson plaatsen dan ook alle makaken in de recente soort, maar onderscheiden daarbinnen wel subsoorten. De Makaak van Tegelen komt ook voor in de vindplaatsen Senèze en St. Vallier in Frankrijk, Mugello (Rook, 1997), de Montevarchi Group en "Upper Valdarno" in Italië, Hohensuelzen (Franzen, 1983) in Duitsland, Sandalja (Malez, 1975) en Puebla de Valverda (Heintz, 1978) in Spanje en Csarnota 1-3 in Hongarije.

Volgens Szalay en Delson (1979) hebben de Midden Pleistocene makaken van Europa iets bredere en zwaardere kiezen. Ze plaatsen de vondsten uit dit tijdvak in Macaca sylvanus pliocena (= Macaca sylvanus suevica). Deze ondersoort zou gevonden worden in onder andere het 'Heppenloch' bij Gutenberg (Adam, 1975), Voigtstedt (Thenius, 1965) en Mosbach-2 (Kahlke, 1961) in Duitsland, West Runton (Stuart, 1981) en Hoxne (Singer et al., 1982) in Engeland, Gombasek (Fejfar, 1956) in Hongarije, en in Ambrona (Spanje). Szalay en Delson lijken echter hun ‘determinatie' te baseren op de ouderdom van de vindplaatsen en niet op de morfologische kenmerken. Sommige van de vondsten die zij opvoeren waren in de oorspronkelijke beschrijving niet verder gedetermineerd dan Macaca sp., of waren opgevoerd als Macaca florentina dan wel Macaca sylvanus. In hoeverre de verschillende ondersoorten dus daadwerkelijk goed te onderscheiden zijn, staat nog te bezien. In ieder geval is duidelijk dat de makaak in vrijwel alle landen van Zuid en Midden Europa gevonden is. Een goed overzicht van de vondsten wordt gegeven door Fladerer (1987) bij zijn beschrijving van de makaak van Deutsch-Altenburg (Oostenrijk).

De aanwezigheid van een aap in Tegelen wordt wel aangehaald als een extra indicatie dat deze fauna een warme, beboste omgeving vertegenwoordigt. Die paleoecologische interpretatie is ongetwijfeld juist, maar het is de vraag of de makaak als indicator gebruikt mag worden. Makaken hebben de meest noordelijke verspreiding van alle apen. De Japanse soort, die in het Engels ook wel de Snow Monkey, wordt genoemd, komt voor in gebieden waarin het 15 graden kan vriezen (Wada, 1980). Singer et al. (1982) zien in de vondst van makaak fossielen in Hoxne (Engeland) een aanwijzing dat ook de Pleistocene apen in een koud klimaat kunnen leven. De vindplaats heeft namelijk ook fossielen van de toendralemming Lemmus lemmus opgeleverd, een knaagdiertje dat tegenwoordig alleen in het hoge noorden voorkomt. Het argument kan echter worden omgedraaid en de lemming zou vroeger ook in gematigder streken kunnen hebben geleefd. Er zijn aanwijzingen dat dit laatste in ieder geval opgaat. Ook is de aap niet noodzakelijkerwijs een aanwijzing voor een beboste omgeving. Recente makaken leven in bomen, op de grond of op rotsen.

Laatste vondst

Kaak van de Maasvlakte
Op de Tweede Maasvlakte is in de zomer van 2014 een stukje linker onderkaak met verstandskies aangetroffen. Het zand waarin het fossiel zat, is opgebaggerd uit de Noordzee voor de kust van Zuid-Holland. De vondst werd gedaan door amateurpaleontoloog Cock van den Berg, die het fossiel doneerde aan Het Natuurhistorisch Rotterdam. Daar zal het fossiel nader worden onderzocht en mogelijk worden gedateerd. Omdat het stukje kaak niet zwaar is versteend, vermoedt men dat het niet stamt uit het begin van het Pleistoceen maar uit een latere periode. Dat is niet onmogelijk, aangezien in Hongarije reeds Laat-Pleistocene makaakfossielen zijn opgegraven.

Referenties

  • Adam, K.D. 1975 Die mittelpleistozäne Säugetier-Fauna aus dem Heppenloch bei Gutenberg (Württemberg). - Stuttgarter Beiträge zur Naturkunde, Serie B 3: 1-247.
  • Bernsen, J.J.A. 1930a On a Fossil Monkey found in the Netherlands (Macacus cf. florentinus Cocchi) - Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, Vol. XXXIII (7): 771 - 777.
  • Bernsen, J.J.A. 1931b Eine Revision der Fossilen Säugetierfauna aus den Tonen van Tegelen. (III) Macacus cf. florentinus. - Natuurhistorisch Maandblad 20 (5): 67-71.
  • Fladerer, F.A. 1991 Der erste Fund von Macaca (Cercopithecidae, Primates) im Jungpleistozän von Mitteleuropa. - Zeitschrift für Säugetierkunde 56 (5): 272-283
  • Franzen, J.L. 1983 Ein Primate aus den altpleistozänen Schneckenmergeln von Hohensülzen (Rheinhessen). - Senckenbergiana Lethaea 54 (2-4): 345-358.
  • Gentili, S., A. Mottura & L. Rook 1998 The Italian fossil primate record; recent finds and their geological context. - Géobios 31 (5): 675-686.
  • Heintz, E. 1978 La faune villafranchienne de la Puebla de Valverde, Teruel, Espagne; composition qualitative et quantitative. - Geologie Mediterranéenne 5 (2): 277-280.
  • Kahlke, H.-D. 1961 Revision der Säugetierfaunen der Klassischen deutschen Pleistozän-Fundstellen von Süssenborn, Mosbach und Tobach. - Geologie 10: 493-518.
  • Malez, M. & Z. Pepeonik 1970 Entdeckung des ganzen Skelettes einer fossilen Leoparden in der Vjetrenica-Höhle auf dem Popovo Polje (Herzegovina). - Akademiski Savet FNRJ Bulletin scientifique A 14 (5/6): 144-145.
  • Rook, L. 1997 Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872) from the Pleistocene Mugello Basin (Northern Apennines, Italy) - Bolletino della Società Paleontologica Italiana 35 (3): 357-359.
  • Schreuder, A. 1945b The Tegelen Fauna, with a description of new remains of its rare components (Leptobos, Archidiskodon meridionalis, Macaca, Sus strozzii).- Archives Néerlandaises de Zoologie 7: 153-204.
  • Singer, R., R.G. Wolff, B.G. Gladfelter & J.J. Wymer 1982 Pleistocene Macaca from Hoxne, Suffolk, England. - Folia Primatologia 37 (3-4): 141-152.
  • Stuart, A.J. 1981 A comparison of the middle Pleistocene mammal faunas of Voigtstedt (Thuringia, Germany) and West Runton (Norfolk, England). - Quartärpaläontologie 4: 155-163.
  • Szalay, F.S. & E. Delson 1979 Evolutionary History of the Primates.- Academic press: 1-580.
  • Thenius, E. 1965 Ein Primaten-Rest aus dem Altpleistozän von Voigtstedt in Thüringen. - Zeitschrift für Geologische Wissenschaften 2 (2-3): 681-686.
  • Wada, K. 1980 Seasonal Home Range Use by Japanese Monkeys in the Snowy Shiga Heights. - Primates 21 (4): 468-483.

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus hydruntinus Regalia, 1907
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homo sapiens Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Mimomys
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen