ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Homo sapiens Linnaeus, 1758

Taxonomie

Klasse
Mammalia
Orde
Primates
Familie
Hominidae
Geslacht
Homo
Soort
Homo sapiens Linnaeus, 1758

Voorkomen

Mesolitische vrouw.

Al 250.000 jaar geleden leefden er mensen in ons land. De stenen werktuigen die gevonden zijn in de groeve Belvédère bij Maastricht getuigen hiervan (Roebroeks, 1988, 1989a, b, 1990). Het zijn de oudste onbetwiste sporen van menselijke bewoning in Nederland. Uitgebreide opgravingen in de groeve hebben wel veel botten van de ijstijdfauna opgeleverd, maar helaas zijn er nog geen menselijke fossielen gevonden. Busschers en Stoel (in Voorde 2010) menen nog oudere artefacten gevonden te hebben in Woerden. Ze zijn samen met de resten van verschillende diersoorten ogpebaggerd van een diepte van maximaal 37 meter. Busschers gebruikte grondboringen om te achterhalen uit welke lagen de werktuigen en fossielen afkomstig zijn. Op basis daarvan wordt aan de werktuigen een maximale ouderdom van 370.000 jaar toegekend. Niet alle archeologen zijn er echter van overtuigd dat het werkelijk om menselijke producten gaat.

 

In Noord- en Midden-Nederland zijn jongere stenen werktuigen gevonden, met een geschatte ouderdom van zo'n 120.000 jaar. In tegenstelling tot de vondsten uit de Belvédère-groeve gaat het hier meestal om oppervlaktevondsten waarvan de geologische context niet altijd even duidelijk is. Dit maakt het moeilijk om de veronderstelde ouderdom te verifiëren. Ook zijn primitieve stenen werktuigen bekend uit zuigputten, zoals zandwinning Haerst bij Zwolle (van Uum, 2003).


Waar stenen werktuigen het harde bewijs zijn van de vroege bewoning van ons land, is de paleontoloog natuurlijk gebrand op het vinden van skeletresten van de eerste mensen of mensachtigen die ze gemaakt hebben. Aan vondstmeldingen is er dan ook geen gebrek. In de vorige eeuw ging veel aandacht uit naar de kaak van Maastricht ofwel de mens van Smeermaas. Deze menselijke onderkaak (RGM 18728) is gevonden bij graafwerkzaamheden voor de Zuid-Willemsvaart (Crahay, 1823/1824) en zou stammen uit Pleistocene lagen. De kaak verwierf internationale faam en niemand minder dan de beroemde geoloog Charles Lyell vermeldde hem in zijn 'The Geological Evidences of the Antiquity of Man' (Lyell, 1863). Een beschrijving werd gegeven door Quatrefages & Hamy (1882). Martin (1889) betwijfelde echter of de kaak wel een Pleistocene ouderdom had en suggereerde dat het bot afkomstig was van een kerkhof. Op basis van een fluoranalyse meende Van der Vlerk (1955) dat deze suggestie zeker niet tegengesproken kon worden.

 

Van den Broek (1939) meende indirect bewijs te hebben voor vroege menselijk activiteit. Hij beschreef een onderkaaksfragment van een wolharige mammoet uit een zandgraverij in een stuwwal te Maarn (Utrecht). Omdat het bot gevonden is in opgestuwde lagen, moet het ouder zijn dan de grootste ijsuitbreiding tijdens het Saalien. Het fragment draagt een aantal sporen, die volgens Van den Broek geïnterpreteerd moeten worden als hak- of snijsporen door een vroege mens. Daarmee zou dus aangetoond zijn, dat er al menselijke bewoning in Nederland is geweest voor de grote ijsuitbreiding. De sporen op de onderkaak, die tegenwoordig bewaard wordt bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in Amersfoort, lijken echter sterk op de knaagsporen die hyena's op botten achterlaten.


In 1967 vond een arbeider een menselijk bot bij Rhenen. Deze incomplete femur is gevonden in één van de twee zandgroeves daar: Leccius de Ridder of Vogelenzang. Bosscha Erdbrink et al. (1979c) schrijven het bot toe aan een volwassen, jonge, waarschijnlijk mannelijke Homo sapiens neanderthalensis (King, 1864). Een Neanderthaler dus. Deze conclusie is zowel gebaseerd op anatomische argumenten als op basis van de stratigrafie. Dit terwijl de vondstlaag van de femur van de Grebbenberg niet bekend is. Een C14-datering van het bot leverde echter een ouderdom van 1330 +/- 110 B.P., of omgerekend tussen ca. 375 en 750 na Chr. (Stapert, 1986). Desalniettemin houdt Bosscha Erdbrink (1986c, 2000) vast aan zijn oorspronkelijke determinatie.


Een soortgelijke situatie deed zich voor met een menselijk schedeldak uit de omgeving van Zwolle. Dit bot werd in het voorjaar van 1969 gevonden door W. van Pelt. De anatoom G.N. van Vark van de Universiteit van Groningen kwam op grond van discriminantanalyse tot de conclusie dat het schedeldak significant afwijkt van zowel schedels de moderne mens als van die van Neanderthalers. Een C14-datering leverde echter een ouderdom van 465 +/- 80 B.P. Het bot moet dus afkomstig zijn uit de Middeleeuwen. Andere schedels die een hoge ouderdom toegeschreven kregen, ondergingen hetzelfde lot. De vondsten van Hummelo, Hengelo (afgietsel RGM 20348; Florschütz & Van der Vlerk, 1936), Koerhuisbeek, Rees (Erdbrink & Tacoma, 1968b), uit de sluisput te Deventer, allemaal bleken ze uiteindelijk toch een Holocene ouderdom te hebben.


De meeste meldingen van ‘Pleistocene' mensen uit Nederland vinden we in een reeks artikelen over de zogenoemde 'River Valley People' (Erdbrink, 1964; Erdbrink & Tacoma, 1966, 1968a,b,c, 1970, 1977; Erdbrink et al. 1975; Bosscha Erdbrink et al., 1978, 1979a, b, c, 1980, 1982a, b, 1983a, b, 1984, 1985, 1987, 1989) In deze artikelen worden menselijke overblijfselen beschreven uit zuiggaten langs de grote rivieren. Volgens Stapert (1986) zijn er echter weinig aanwijzingen voor dat dit materiaal van Pleistocene ouderdom is. Behalve uit de zuiggaten langs de rivieren zijn er in de loop der tijd ook heel wat menselijke resten verzameld tijdens het schelpen zuigen in de Westerschelde. Ook van de bodem van de Noordzee worden door vissers regelmatig botten van de mens meegebracht. Over de ouderdom van deze menselijke resten is niets met zekerheid te zeggen. Van enkele stukken wordt verondersteld dat zij, op grond van fossilisatie, geplaatst zouden kunnen worden in het Laat-Pleistoceen.


Mesolithische werktuigen van bewerkt botmateriaal, zoals die van gewei van hoofdzakelijk edelherten en postcraniaal materiaal van de oeros opgevist in de Noordzee, van zuiggaten en mesolithische vindplaatsen zijn beschreven door Louwe Kooijmans (1970-71) en door Bosscha Erdbrink (1982b, 1985a, 1989, 1991a). Volgens Van Kolfschoten en Laban (1995) geven C14-dateringen ruwweg een tijd van tussen de 9300 en 8000 BP aan, waaruit afgeleid zou kunnen worden dat de meeste mesolithische werktuigen een Preboreale of Boreale ouderdom hebben.

Recente vondsten

Wandbeen Maasvlaktemens op moderne schedel.

In 2001 werd voor het eerst een botstuk gevonden van onbetwistbaar Laat Pleistocene ouderdom. Het gaat om een linker voorhoofdsbeen met wenkbrauwboog van een Neandertaler. Het stuk werd 15 kilometer uit de kust van Zeeland opgezogen door een schelpenzuiger, ter hoogte van het Middeldiep, samen met grote hoeveelheden mollusken. De vracht werd naar een bedrijf in Yerseke gebracht om te worden verwerkt tot kippengrit. Echter eerst werden de schelpen gezeefd om ze te ontdoen van stenen, hout en andere verontreinigingen. Op de storthoop ontdekte de Belgische amateurpaleontoloog Luc Anthonis het botstuk. Na uitvoerig onderzoek door het Max Planck Instiituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig maakten Hublin et al. (2009) de ontdekking van de Nederlandse neandertaler bekend. Het fossiel behoort tot de noordelijkste vondsten van de soort. Bijzonder is dat het een niet-dodelijke carcinogene afwijking toont die nieuwe inzichten biedt in ziekten bij de neandertaler. Het schedelstuk van de 'Nederlandse neandertaler' bevindt zich in de prive-collectie van Luc Anthonis. 

 

Op de Tweede Maasvlakte vond amateurpaleontoloog Walter Langendoen in 2013 een stuk wandbeen (Van Ginkel et al. 2014). Met isotopentechniek werd het gedateerd op 9.600 jaar BP (Before Present, gerekend vanaf 1950). Het betreft dus een fossiel van een moderne mens die leefde aan het begin van het Mesolithicum. Storm (2010) is naar aanleiding van de vele vondsten van de strandopspuitingen en van de Noordzeebodem gestart met een systematische inventarisatie en bestudering van fossiele mensenresten. Zijn doel is na te gaan welke micro-evolutionaire veranderingen onze schedel in de afgelopen 10.000 jaar heeft ondergaan.

Bijzonderheden

Homo antecessor uit Atapuerca.

De claim van de oudste menselijke resten in Europa komt van Spanje, namelijk Venta Micena, en Barranco León, met respectievelijk een geschatte ouderdom van ongeveer 1,6 en 1,8 miljoen jaar (Gibert et al., 1994). De begeleidende fauna bevat elementen die we ook in Tegelen en de Oosterschelde aantreffen. Men is het er nog niet over eens of de resten wel menselijk zijn en ook de ouderdom staat ter discussie. Anders is dat met de schedels die bij Dmanisi in Georgië zijn opgegraven. Ook deze zijn 1,8 miljoen jaar oud en behoren tot Homo erectus. Of zulke oude menselijke fossielen ook in Nederland te vinden zijn, is niet onmogelijk, wel onwaarschijnlijk. Werktuigen uit het vroege Pleistoceen zijn op ons grondgebied namelijk (nog) niet aangetroffen.


Van het late Vroeg Pleistoceen (900.000 jaar geleden) tot het Midden Pleistoceen (250.000 jaar geleden) zijn in Europa slechts een klein aantal Homo-resten bekend. Aanvankelijk kregen de fossielen een eigen naam, vervolgens werden ze verenigd onder de soort Homo erectus. De laatste tijd heeft men echter weer de neiging de vondsten een eigen naam te geven. Zo werd aan de hand van 80 resten van de Gran Dolina, Sierra de Atapuerca (Spanje) de soort Homo antecessor beschreven, terwijl uit de jongere vindplaats Sima de los Huesos H. heidelbergensis gevonden is. Deze soort was gedefinieerd aan de hand van de bekende onderkaak van Mauer (Duitsland). Menselijke resten uit Boxgrove (Engeland) worden geclassificeerd als Homo cf. heidelbergensis. Een schedelkap uit Ceprano (Italië) werd als H. erectus gedetermineerd, evenals de menselijke resten uit Bilzingsleben (Duitsland), die echter als een aparte ondersoort werden beschreven, H. e. bilzingslebensis. Het talrijke menselijke materiaal uit de grot Arago (Frankrijk) wordt ook toegeschreven aan Homo erectus. De geschatte hersengrootte gaat boven die van Homo erectus en suggereert een affiniteit met een archaïsche Homo sapiens.

Referenties

  • Berckhemer, F. 1936 Der Urmenschenschädel aus den zwischeneiszeitlichen Fluss-Schottern von Steinheim a.d. Murr. - Forschungen und Fortschritte 28: 349-350.
  • Bosscha Erdbrink, D.P. 1982b Red deer keratic artefacts in Dutch collections.- Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 32: 103-137.
  • Bosscha Erdbrink, D.P. 1985a Osteokeratic Reindeer artefacts and a remarkable contrate technique.- Proceedings of the Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Series B 88 (1): 21-49.
  • Bosscha Erdbrink, D.P. 1986c Wetenschap kan niet bestaan zonder controverse. - Cranium 3 (2): 79-85.
  • Bosscha Erdbrink, D.P. 1989 Saw-toothed fossil bone implements: some more evidence.- Proceedings of the Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Series B 92 (4): 261-266.
  • Bosscha Erdbrink, D.P. 1991a A selection of osteokeratic artefacts.- Proceedings of the Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 94 (4): 421-443.
  • Bosscha Erdbrink, D.P. 2000 Neanderthal Man has been present in the Netherlands. - Fame, Newsletter of the Dutch Association of Physical Anthropologists, no. 9, december 2000: 20-24
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1979a Additional fossil human remains from river deposits near the Dutch-German Border in the Rhine Valley.- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series C 82 (1): 1-10.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1979b River Valley People: fossil Human remains from River Deposits in the IJssel valley and in the Dutch province of Overijssel (Cranial specimens).- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series C 82 (3): 275-323.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1979c An incomplete, probably neanderthaloid femur from the Grebbeberg in the central Netherlands.- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series C 82 (4): 409-420.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1980 River Valley People: fossil Human remains from River Deposits in the IJssel valley and in the Ditch provinces of Gelderland and Overijssel (postcranial specimens and some recently found additions).- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series C 83 (4): 363-386.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1982a River Valley People: fossil Human remains from River Deposits along the Rhine between Arnhem and Amerongen in the Netherlands.- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series C 85 (2): 149-178.
    Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1982b River Valley People: isolated fossil Human cranial material from seven widely separated Dutch localities.- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series C 85 (4): 473-496.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1983a River Valley People: cranial and postcranial material from the Lower Meuse between Maasbommel and Hedel in the Netherlands .- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series B 86 (4): 343-377.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1983b River Valley People: additional fossil human material from deposits of the Meuse near Roermond (province of Limburg) in the Netherlands .- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series B 86 (4): 379-392.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1984 River Valley People: fossil human remains from river depositsin the upstream part of the Betuwe region between Arnhem and Nijmegen in the Netherlands .- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen B 87 (4): 383-416.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1985 River Valley People: fossil human remains from the Betuwe region around Tiel.- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series B 88 (3): 229-249.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1987 New additions to a series of fossil human remains from the Dutch-German Border region in the Rhine Valley.- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series B 90 (2): 93-117.
  • Bosscha Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1989 River Valley People: fossil human cranial material from the Maurik area.- Proceedings of the Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Series B 92 (4): 267-312.
  • Broek, A.J.P. van den 1939 Een onderkaaksfragment van Elephas primigenius met menschelijke bewerking.- Proceedings Koninklijke Akademie van Wetenschappen 42 (10): 959-962.
  • Crahay, J.G. 1823/1824 Extrait d'une notice sur les ossements fossiles, trouvés en 1823, en creusant le canal entre Maestricht et Hocht, lue à la réunion générale de la Société des Amis des Sciences, Lettres et Arts de Maestricht. -Gand, Messager des Sciences et des Arts: 352-364.
  • Erdbrink, D.P. 1964 A fossil faunule with Homo from a Prehistoric site along the Meuse in The Netherlands.-Natuurhistorisch Maandblad 53 (7/8): 107-114.
  • Erdbrink, D.P. & J. Tacoma 1966 Enkele fossiele menselijke overblijfselen uit de Maas bij Roermond.- Natuurhistorisch Maandblad, 55 (4): 47-57.
  • Erdbrink, D.P. & J. Tacoma 1968a Drie fossiele menselijke overblijfselen uit het stroomgebied van IJssel en Vecht.- Verslagen en Mededelingen van de Vereniging tot Beoefening van Overijsselsch Recht en Geschiedenis 83: 1-8.
    7
  • Erdbrink, D.P. & J. Tacoma 1968b Another human skull from Rees, Germany.- Proceedings van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Series C 71 (5): 487-494.
  • Erdbrink, D.P. & J. Tacoma 1968c Another fossil human femur from the Meuse Valley near Beegden.- Publicatie van het Natuur Historisch Genootschap in Limburg 17: 1-4
  • Erdbrink, D.P. & J. Tacoma, 1970 Opnieuw een fosiel menselijk dijbeen opgebaggerd te Beegden.- Natuurhistorisch Maandblad 59 (6): 93-95.
  • Erdbrink, D.P., C. Meiklejohn & J. Tacoma 1975 River Valley People: fossil human remains from Limburg province in the Netherlands.- Proceedings van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Series C 78 (3), 226-264.
  • Florschütz, F. & I.M. van der Vlerk 1936 The pleistocene human skull from Hengelo.- Proceedings van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen 39 (1): 76-87.
  • Fraipont, J. & M. Lohest 1886 La race humaine de Néanderthal ou de Canstadt en Belgique. - Archives de Biologie 7: 587-755.
  • Gibert, J., A. Arribas, B. Martínez Navarro, S. Albadalejo, R. Gaete. L. Gibert, O. Oms, C. Penas & R. Torrico 1994 Bios-tratigraphie et magnétostratigraphie des gisements à présence humaine et action anthropique du Pléistocène inférieur de la région d'Orce (Granada, Espagne).- Compte Rendu Academie Sci. Paris, t. 318, série II: 1277-1282.
  • Ginkel, E.J. van 2014 Schatten van het mammoetstrand. Havenbedrijf Rotterdam, 215p.
  • Hublin, J. J., Weston, D., Gunz, P., Richards, M., Roebroeks, W., Glimmerveen, J., et al. 2009 Out of the North Sea: the Zeeland Ridges Neandertal. Journal of human evolution, 57(6), 777-785.
  • Kolfschoten, T. van & C. Laban 1995 Pleistocene terrestrial mammal faunas from the North Sea.- Mededelingen Rijks Geologische Dienst 52: 135-151.
  • Louwe Kooijmans, L.P. 1970-1971 Mesolithic Bone and Antler Implements from the North Sea and from the Netherlands.- Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 20-21: 27-73.
    Lulofs, J. 1750 Inleiding tot een natuur- en wiskundige beschrijving des aardkloots, ten dienste der landgenooten geschreven: 416-430.
  • Lyell, Ch. 1863 The Geological Evidences of the Antiquity of Man with Remarks on the Theories of the Origin of Species by Variation. London, Murray: 1-551.
  • Martin, K. 1889 Notiz über den angeblich fossilen menschlichen Unterkiefer von Caberge bei Maastricht - Verslagen en Mededeelingen Kon. Ned. Akad. Wet., afd. Natuurk., 3e reeks 5: 434 - 440
  • Quatrefages, A. de & E.T. Hamy 1882 Crania Ethnica. Les crânes des races humaines.- Paris Baillière: 1-528.
  • Roebroeks, W. 1989a From Find Scatters to early Hominid Behaviour. A study of Middle Palaeolothic River Side Settlements at Maastricht-Belvédère (The Netherlands.- Dissertatie Leiden, 1989 (ook als: Analecta Praehistorica Leidensia 21, 1988).
  • Roebroeks, W. 1989b Mensen aan de Maas. De kampementen van de oudste Nederlanders.- Natuur en Techniek 57: 470-481.
  • Roebroeks, W. 1990 Oermensen in Nederland; De Archeologie van de oude steentijd - Meulenhoff, Amsterdam: 1-120.
  • Schouten et al. 2014 Een onderkaakfragment van een Mesolithische mens (Homo sapiens) van het strand van Hoek van Holland, Cranium 31-1 (2014), 10-11.
  • Stapert, D. 1986 Het "Neandertal-achtige" bot van Rhenen, en een paar andere menselijke resten uit Nederland: dateringsproblemen.- Cranium 3 (1): 56-68.
  • Storm, P. 2010 Start onderzoek Homo sapiens resten Noordzee: micro-evolutie in de lage landen. Cranium nov. 2010, 64-66.
  • Storm et al. 2014 Beschrijving Mesolithisch stuk mensenkaak Hoek van Holland, Cranium 31-1 (2014), 12-19.
  • Storm et al. 2014 Mesolithische man uit de Noordzee, de analyse van een opgevist prehistorisch stukonderkaak, Grondboor en Hamer (2014), in voorbereiding.
  • Uum, R. van 2003 Zandwinning ‘Haerst' bij Zwolle, een vreemde eend in het rivierengebied. - Grondboor en Hamer 57 (6): 101-112.
  • Vlerk, I.M. van der 1955 Zijn er in pleistocene lagen van Nederland skeletresten van de mens gevonden?.- Leidsche Geologische Mededelingen 20: 195-206.
  • Voorde, M. ter, 2010 Zandzuiger hoest oudste voorwerpen Nederland op. Natuurwetenschap en Techniek - april 2010: 8-9.

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus hydruntinus Regalia, 1907
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Mimomys
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen