ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Equus hydruntinus Regalia, 1907

Taxonomie

Klasse
Mammalia
Orde
Perissodactyla
Familie
Equidae
Geslacht
Equus
Soort
Equus hydruntinus Regalia, 1907

Voorkomen

Ezel.

Equus hydruntinus werd voor het eerst herkend in de Nederlandse fauna door Hooijer (1985a). Hij had op dat moment vooral middenhands- en middenvoetsbeenderen ter beschikking. In de collecties van het Rijksmuseum van Geologie en Mineralogie (het latere Naturalis) vond hij een metacarpale (RGM 172300) en een metatarsale (RGM 137890) afkomstig van de Bruine Bank en in de collectie Stolzenbach had hij ook een metacarpale en metatarsale, die ten noordwesten van de Bruine Bank waren opgevist en die hij een jaar eerder als E. asinus had beschreven (Hooijer, 1984a). Ook uit de collectie Stolzenbach kwam een eerste vingerkootje. 

 

Het gebit van Equus hydruntinus werd besproken door Smit (1996). Hij beschreef vijf onderkaakskiezen en vijf bovenkaakssnijtanden uit de groeve Belvédère. Deze waren al in 1923 gevonden in groeve 'de Waal', destijds ook wel de 'Mammout groeve' genoemd, die later bij de groeve Belvédère getrokken zou worden (Van Kolfschoten, 1985). Deze kiezen bevinden zich in de collecties van Naturalis (RGM 198021). Smit (1996) bevestigde tevens dat de soort ook voorkwam in de stuwwallen bij Rhenen. Van Kolfschoten (1981) had op grond van losse kiezen twee typen paarden onderscheiden: een grote robuuste vorm en een kleinere paardachtige. Later suggereerde hij dat die laatste wel leek op de E. hydruntinus (Van Kolfschoten, 1990a), hetgeen Smit dus beaamde. Daarnaast zou ook een losse onderkaakspremolaar van de Maasvlakte uit de collectie Kerkhoff tot deze soort gerekend kunnen worden (Smit, 1996).

Bijzonderheden

Middenvoetsbeen Equus hydruntinus.

Ofschoon de Nederlandse naam anders suggereert, is Equus hydruntinus geen ezel, maar een stenonid (zebra-achtig) paard (Forstén, 1986a). Het is de laatste soort van deze lijn in Eurazië. De overeenkomst met de ezels zit met name in de slanke poten. Deze gelijkenis is echter een gevolg van een aanpassing aan hetzelfde type ondergrond. Zowel de wilde ezel als de Europese ezel leefden op een droge steppe met een harde ondergrond. Dat we hier echter met een zebra-achtige te maken hebben, is af te lezen aan het gebit (Forstén, 1986a).


Equus hydruntinus kende een grote verspreiding. Fossielen zijn aangetroffen in grote delen van Europa, het Midden Oosten, de Krim en de Kaukasus. Forstén (1986a) suggereerde dat E. altidens uit het Duitse Süssenborn een mogelijke voorouder is van de Europese ezel. De oudste vindplaats met E. hydruntinus is het Franse Lunel-Viel (Holsteinien, Bonifay, 1991), alhoewel Smit (1996) zonder verder verwijzing stelde dat er mogelijk zelfs Cromerien vondsten zijn,. De soort overleefde tot in het Holoceen, waarbij de meeste vondsten stammen uit het Weichselien. Een bijzonder rijke vindplaats voor deze soort uit de laatste ijstijd is Villa Seckendorff (Duitsland, Forstén & Ziegler, 1995). Holocene vondsten van E. hyndruntinus zijn alleen gedaan in het Middellandse Zeegebied. In Zuid-Frankrijk en Roemenië stierf deze ezel uit in het Neolithicum, maar opgravingen in Zuid-Spanje toonden aan dat Equus hydruntinus in die streken nog voorkwam tot in de Kopertijd (3000 BC).

Referenties

  • Bonifay, M. F. 1991 Equus hydruntinus Regalia minor n. ssp. from the caves of Lunel-Viel (Herault, France). - Beihefte zum Tübinger Atlas des Vorderen Orients Reihe A, Naturwissenschaften 19 (2): 178-216.
  • Forstén, A. 1986a A review of the Suessenborn horses and the origin of Equus hydruntinus Regalia. - in: Neue Forschungsergebnisse zur Paläontologie des Tertiärs und Quartärs im europäisch-asiatischen Raume. Quartärpaläontologie 6: 43-52.
  • Forstén, A. & R. Ziegler 1995 The horses (Mammalia, Equidae) from the early Wuermian of Villa Seckendorff, Stuttgart-Bad Cannstatt, Germany. - Stuttgarter Beiträge zur Naturkunde, Serie B: Geologie und Palaeontologie 224: 1-22.
  • Hooijer, D.A. 1984a A Pleistocene ass Equus asinus L. subsp. from the North Sea between Britain and The Netherlands.- Lutra 27: 193-202.
  • Hooijer, D.A. 1985a A further note on the fossil Anglo-Dutch Ass from the North Sea.- Lutra 28: 26-30.
  • Kolfschoten, T. van 1981 On the Holsteinian? and Saalian mammal fauna from the ice-pushed ridge near Rhenen (The Netherlands).- Mededelingen Rijks Geologische Dienst 35: 223-251.
  • Kolfschoten, T. van 1985 The Middle Pleistocene (Saalian) and Late Pleistocene (Weichselian) mammal faunas from Maas-tricht-Belvédère (Southern Limburg, The Netherlands).- Mededelingen Rijks Geologische Dienst 39 (1): 45-74.
  • Kolfschoten, T. van 1990a The evolution of the mammal fauna in the Netherlands and the Middle Rhine Area (Western Germany) during the Late Middle Pleistocene.- Mededelingen Rijks Geologische Dienst 43 (3): 1-69.
  • Smit, A. 1996 Equus hydruntinus uit de groeve Maastricht-Belvédère. - Cranium 13 (1): 53-57.

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homo sapiens Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Mimomys
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen