ZOEKEN

MEER ZOOGDIER REGISTER

Bekijk alle zoogdier register in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)

Taxonomie

Klasse
Mammalia
Orde
Artiodactyla
Familie
Cervidae
Geslacht
Capreolus
Soort
Capreolus capreolus (Linnaeus, 1758)

Voorkomen

Ree (mannetje).
Vandaag de dag is het ree Capreolus capreolus het meest algemene hert in ons land. In het Pleistoceen kwam dit relatief kleine hert hier ook voor, maar het aantal vondsten is gering. In de groeve Maastricht-Belvédère werden een premolaar en molaarfragmenten gevonden (van Kolfschoten, 1985, 1990a). Deze maken deel uit van de Belvédère-fauna 4, die geplaatst wordt in een warme fase van het Saalien.

 

Blonk (1994a) vermeldde een reestangetje uit de collectie Zijlstra dat was opgevist bij de Bruine Bank. Deze geweistang zou te vergelijken zijn met die van de Siberische ree. Datzelfde jaar beschreef Blonk (1994b) nog een reestangetje, dat al in 1983 was opgebaggerd bij Luttenberg, waar ook het damhert gewei vandaan kwam en dat een ouderdom kreeg van Eemien (van Kolfschoten & Zijlstra, 1992). Ook reevondsten uit zuiggaten bij Arnhem als Bemmel, Pannerden, Westervoort en Haerst werden op basis van hun fossilisatiegraad geplaatst in het laatste interglaciaal (Willemsen, 1988a).

Bijzonderheden

Reestang.
Het ree is in het Pleistoceen al bekend vanaf het Cromerien-Complex en komt recent nog in ons land voor. Tegenwoordig leven de relatief kleine reeën van Europa tot in Siberië. Het Siberische ree is groter dan het Europese. In de 19e eeuw werden ze als twee soorten, later als twee sub-soorten beschouwd, namelijk: het Europese ree (Capreolus capreolus capreolus) en het Siberische ree (Capreolus capreolus pygargus). Het bleek echter dat de mannelijke bastaarden tussen beide vormen steriel waren (Stubbe en Buchholz, 1979). Nader onderzoek toonde aan dat het Siberische ree 10 zogenaamde microchromosomen meer had dan het Europese (Zernahle, 1980). Vandaar dat men over het algemeen ervan uitgaat dat het toch twee aparte soorten zijn die in de Noordkaukasus bij elkaar komen. Hier zien we ongeveer hetzelfde als bij de eland. Dus ook hier waarschijnlijk een Amerikaanse oorsprong. Over het algemeen tonen de Pleistocene vondsten aan dat het ree in het Pleistoceen te vergelijken is met de Siberische. Blonk (1994) doet de goede suggestie dat het Siberische ree over een groot deel van Europa voorkwam en dat het zogenaamde Europese ree zich later ontwikkeld heeft. Ze bewonen voornamelijk naald- en loofwouden met daarin open plekken om te grazen. Het belangrijkste is dat er een begroeiing is waar ze beschutting kunnen vinden. Het ree is dan ook een indicator voor een gematigd tot warme periode. Ze bezitten een eenvoudig sterk gepareld gewei met drie punten.

Referenties

  • Blonk, H.L. 1994 Een reestangetje.- Cranium 11 (1): 7-8.
  • Blonk, H.L. 1994 Nog een reestangetje.- Cranium 11 (2): 74.
  • Kolfschoten, T. van 1985 The Middle Pleistocene (Saalian) and Late Pleistocene (Weichselian) mammal faunas from Maas-tricht-Belvédère (Southern Limburg, The Netherlands).- Mededelingen Rijks Geologische Dienst 39 (1): 45-74.
  • Kolfschoten, T. van 1990a The evolution of the mammal fauna in the Netherlands and the Middle Rhine Area (Western Germany) during the Late Middle Pleistocene.- Mededelingen Rijks Geologische Dienst 43 (3): 1-69.
  • Kolfschoten, T. van & L. Zijlstra 1992 Het fossiele damhert (Dama dama) van Luttenberg, Overijssel.- Cranium 9 (2): 109-112.
  • Stubbe, H & S. Buchholz 1979 Bastardisierungsversuche zwischen Europäischen und Siberischen Rehen.- Wissenschaft und Fortschritt: 29.
  • Willemsen, G.F. 1988a Pleistocene zoogdieren uit zuiggaten rond Arnhem. - Grondboor en Hamer 42 (6): 158-164.
  • Zernahle, K. 1980 Zytogenetische Untersuchungen am Europäischen Rehwild, Sibirischen Rehwild und deren Bastarden.- Beitrage zur Jagd- und Wildforschung XI: 304-309.

 

Meer zoogdier register

Alces alces (Linnaeus, 1758)
Alces gallicus (Azzaroli, 1952)/Alces latifrons (Johnson, 1874)
Alopex lagopus (Linnaeus, 1758) en Vulpes vulpes (Linnaeus, 1758)
Anancus arvernensis (Croizet & Jobert, 1828)
Aonyx antiquus (De Blainville, 1841)
Arvicola
Bison menneri Sher, 1997
Bison priscus Bojanus, 1827
Bos primigenius Bojanus, 1827
Bubalus murrensis (Berckhemer, 1927)
Canis etruscus Forsyth Major, 1877
Canis lupus Linnaeus, 1758
Capra ibex Linnaeus, 1758
Castor fiber Linnaeus, 1758
Cervus elaphus Linnaeus, 1758
Cervus rhenanus Dubois, 1904
Chalicotherium sp.
Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)
Crocuta crocuta spelaea (Goldfuss, 1810)
Dama dama (Linnaeus, 1758)
Desmaninae uit het Pleistoceen
Eekhoorns uit het Pleistoceen
Elephas antiquus
Enhydrictis ardea (Bravard, 1828)
Equus caballus Linnaeus, 1758
Equus hemionus Pallas, 1775
Equus hydruntinus Regalia, 1907
Equus major Boule, 1927
Erinaceidae uit het Pleistoceen
Eucladoceros ctenoides (Nesti, 1841)
Gazella deperdita (Gervais, 1847)
Gewone mol uit het Pleistoceen
Gulo schlosseri Kormos, 1914
Hamsters en springmuizen uit het Pleistoceen
Hipparion sp.
Hippopotamus amphibius Linnaeus, 1758
Homo sapiens Linnaeus, 1758
Homotherium latidens Owen, 1846
Hyaena brevirostris Aymard, 1846
Hyaena perrieri Croizet & Jobert, 1828
Hystrix refossa Gervais, 1852
Lagomorpha uit het Pleistoceen
Lemmingen uit het Pleistoceen
Leptobos elatus (Pomel, 1853 ex Croizet)
Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Lynx lynx (Linnaeus, 1758)
Macaca sylvanus florentina (Cocchi, 1872)
Mammut borsoni (Hays, 1834)
Mammuthus meridionalis (Nesti, 1825)
Mammuthus primigenius
Mammuthus trogontherii
Megaloceros dawkinsi (Newton, 1882) en Megaloceros savini (Dawkins, 1887)
Megaloceros giganteus (Blumenbach, 1808)
Meles meles (Linnaeus, 1758)
Microtus
Mimomys
Muizen uit het Pleistoceen
Oerhermelijn, wezel en bunzing
Ovibos moschatus (Zimmermann, 1780)
Panthera gombaszoegensis Kretzoi, 1938
Panthera leo spelaea (Goldfuss, 1810)
Panthera pardus (Linnaeus, 1758)
Praeovibos priscus Staudinger, 1908
Rangifer tarandus (Linnaeus, 1758)
Rosse woelmuis uit het Pleistoceen
Slaapmuizen
Soergelia minor Moyà-Solà, 1987
Spitsmuizen uit het Pleistoceen
Stephanorhinus etruscus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus hemitoechus (Falconer, 1868)
Stephanorhinus kirchbergensis (Jäger, 1839)
Sus scrofa Linnaeus, 1758
Sus strozzii Meneghini; Forsyth Major, 1881
Tapirus arvernensis Croizet & Jobert, 1828
Trogontherium cuvieri Fischer von Waldheim, 1809
Ungaromys
Ursus arctos Linnaeus, 1758 & U. deningeri Von Reichenau, 1904
Ursus etruscus Cuvier, 1823
Ursus spelaeus Rosenmüller & Heinroth, 1794
Woelmuizen uit het Pleistoceen