ZOEKEN

MEER

Bekijk alle in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Lynx

Lynx lynx

Taxonomie

Klasse
Mammalia (zoogdieren)
Orde
Carnivora (roofdieren)
Familie
Felidae (katachtigen)
Geslacht
Lynx
Soort
Lynx lynx

Karakterisering

De Euraziatische lynx, soms ook wel los genoemd, is een middelgrote katachtige die in het Laat-Pleistoceen ook in ons land voorkwam. Waarschijnlijk leefde er tot in de middeleeuwen een stabiele populatie, maar daarna verdween de soort van ons grondgebied. In andere delen van Europa en Azië komt de lynx nog wel voor. Tegenwoordig zijn er plannen om de lynx weer in ons land uit te zetten, bijvoorbeeld op de Veluwe. Herintroductie is echter problematisch omdat er nog niet genoeg aaneengesloten leefgebied voor lynxen voorhanden is. Als toppredatoren hebben ze namelijk een groot jachtgebied nodig. Door aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur (het opheffen van versnippering van natuurgebieden door het realiseren van groene verbindingen) raakt de Veluwe steeds meer aangesloten op de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwezoom en het Rijk van Nijmegen. Lynxen uit Duitse populaties zouden via deze verbinding ons land kunnen intrekken. Of ze dat ook werkelijk gaan doen is de vraag. Lynxen zijn namelijk erg gesteld op stilte en rust en die zijn in ons land schaars.

Uiterlijk

Kenmerkend voor de lynx zijn de oorschelpen met lange haarpluimen.

Volwassen lynxen hebben een kop-romplengte van 80-130 cm en een schouderhoogte van 60-75 cm. Het (korte) staartje meet 11-25 cm. Kenmerkend zijn de oorschelpen met lange haarpluimen, die tot vier centimeter lang kunnen worden. Mede door deze pluimen kan de lynx erg goed horen en prooien exact lokaliseren. Storende geluiden zoals spoorwegen kunnen de jacht bemoeilijken. De dieren staan hoog op de poten en hebben vrij grote voeten. Hierdoor kunnen ze op sneeuw lopen zonder erin weg te zakken. De kleur van de vacht varieert van bleekgeel tot roodachtig geel, met vlekken en strepen. 's Winters is de vacht dikker, grijzer en bleker en is het vlekkenpatroon vervaagd.

Leefwijze

De lynx die in het Pleistoceen en het Holoceen in ons land leefde, was geen bewoner van de open vlakte. Net als de lynxen tegenwoordig, had hij waarschijnlijk een voorkeur voor uitgestrekte loofbossen. In Nederland kan de oeverbegroeiing langs de grote rivieren een geschikte habitat voor lynxen zijn geweest. Dichte begroeiing biedt de lynx de mogelijkheid om zijn prooi vanuit een hinderlaag te verrassen. Jagen doen deze katachtigen zowel overdag als 's nachts. Met hun gedrongen atletische bouw zijn lynxen perfecte hindernisjagers, die prooi tot dichtbij besluipen en daarna met een explosieve sprint overmeesteren. Ze zijn niet in staat tot lange achtervolgingen. Het voedsel van de lynx bestaat vooral uit hazen, reeën en gemzen.

 

Lynxen zijn territoriale dieren. Mannetjes hebben een territorium van 200-400 km², vrouwtjes van ongeveer 300 km². Dat geeft aan hoeveel ruimte de dieren nodig hebben en hoe weinig je ze tegen zult komen. Territoria van mannetjes overlappen elkaar zelden, maar die van een mannetje en een vrouwtje wel. Lynxen leven een groot deel van hun leven solitair. Mannetje en vrouwtje trekken alleen tijdens de paartijd met elkaar op. De paartijd valt van februari tot april. Per keer werpt een vrouwtje 1-4 jongen, maar meestal 2. De jongen blijven voordat ze zelfstandig worden een jaar bij hun moeder.

Geografische verspreiding

Huidige verspreiding.

De Euraziatische lynx komt voor in Europa en Noord- en Centraal-Azië. Vroeger kwam de lynx in bijna heel Europa voor. In West-Europa is hij echter uitgeroeid, omdat hij schade zou aanrichten aan het vee. In 1960 waren er geen lynxen meer in West-Europa. Andere oorzaken van het verdwijnen van de lynx uit West-Europa zijn de toegenomen bevolking en de daarmee gepaard gaande ontbossing. In Oost-Europa heeft de lynx echter altijd overleefd en vandaaruit is hij weer aan een langzame opmars begonnen naar gebieden waaruit hij was verdwenen.

Voorkomen in de tijd

De lynx is waarschijnlijk in de loop van het Pleistoceen in Azië ontstaan uit Lynx issiodorensis. Geleidelijk verspreidde hij zich over bijna heel Europa. Wanneer de lynx voor het eerst in ons land verscheen is niet precies bekend - er zijn gewoonweg te weinig vondsten gedaan om dit te kunnen bepalen. De meeste fossielen dateren uit het Laat-Pleistoceen, dus in die periode kwam de lynx zeker op ons grondgebied voor. Rond 1890 is de lynx voor het laatst in ons land gezien. Vanaf 1990 zijn er echter weer meldingen, de meeste uit Limburg en Gelderland. Hoewel er zeer recent werkelijk betrouwbare meldingen uit Zuid-Limburg zijn, moet men altijd bedacht zijn op huiskatten, die er 's nachts soms heel anders uitzien dan overdag .....

Evolutie

De zeldzame pardellynx.

Paleontologen denken dat Lynx issiodorensis, de voorvader van de lynx, aan het eind van het Plioceen (rond 2,5 miljoen jaar geleden) vanuit Afrika naar Eurazië is getrokken. Daar zou hij zich ontwikkeld hebben tot L. lynx. De bioloog Werdelin is van mening dat bepaalde populaties van L. issiodorensis in Europa evolueerden tot L. pardinus, de pardellynx, een zeer zeldzame soort die nu nog in enkele gebieden in Spanje en Portugal voorkomt. Over de taxonomische indeling van de vier lynxsoorten die nu nog bestaan, is veel discussie. Sommige zoölogen beschouwen de pardellynx als ondersoort van de gewone lynx.

Vindplaatsen in Nederland

Er zijn niet veel fossiele resten van de lynx gevonden in ons land. Op het opgespoten strand van de Maasvlakte bij Rotterdam is een lynxkies gevonden, waarvan sommigen claimen dat die mogelijk 800.000 jaar oud is. Waarschijnlijker is echter dat hij uit een jongere periode stamt, namelijk uit het Laat-Pleistoceen (100.000 - 12.000 jaar geleden). Verder is er bij Valkenburg in Zuid-Holland tijdens opgravingen van een Romeins castellum een vrijwel complete schedel gevonden. Deze is waarschijnlijk ongeveer 2000 jaar oud en uitzonderlijk gaaf. Misschien is hij door de Romeinen als trofee gebruikt, of misschien zat hij in een huid. Op hun tocht naar Nederland namen de Romeinen vaak huiden van wilde dieren mee die ze onderweg schoten. Bij sommige gelegenheden tooiden ze zich met de huid van wilde dieren om indruk te maken. De schedel lieten ze meestal zitten omdat de huid er dan extra angstaanjagend uitzag. De lynx van Valkenburg kan dus import zijn: het is geen waterdicht bewijs dat het dier toen daadwerkelijk in ons land leefde.

 

Op een schelpenberg bij Yerseke in Zeeland is een spaakbeen van de lynx gevonden uit het Pleistoceen. Een fossiel opperarmbeen is opgezogen uit de Maas bij Lith in Noord-Brabant; ook deze dateert uit het Laat-Pleistoceen. Tenslotte is er een fraaie schedel, opgezogen uit de IJssel bij Bingerden. Deze is vermoedelijk van Holocene ouderdom.

 

- Kevin Spits, Naturalis

Meer informatie

»

Mol, D., R. Bakker, B. van Geel, J. Glimmerveen, H. van der Plicht & K. Post, 2008. Kleine encyclopedie van het leven in het Pleistoceen: mammoeten, neushoorns en andere dieren van de Noordzeebodem. - Veen, Diemen. 233p.

»

Mulder, J., 1992.  De lynx nog niet los: Nederlandse natuur te klein voor lynxen. - Natuurmonumenten, 's-Gravenland. 48p.

»

Website Big Cats Online 

»

Website Nationmaster.com

Auteurs

  • Kevin Spits

Meer zoogdier beschrijvingen