Tegelen is een dorpje in Limburg, gelegen tussen de Maas en een hogergelegen rivierterras. Het is een van onze belangrijkste vindplaatsen van fossielen. In de klei zijn resten van dieren en planten gevonden die rond twee miljoen jaar geleden leefden in een warm en vochtig klimaat. De klei van Tegelen dateert uit het begin van het Pleistoceen. De naam van het geologische tijdvak Tiglien is afgeleid van de Noord-Limburgse plaats Tegelen. Tegelen op zijn beurt ontleent zijn naam hoogstwaarschijnlijk aan het Latijnse 'tegulae'.
In de periode voor het Tiglien, dus gedurende Mioceen en Plioceen, was Nederland geheel met zee bedekt, met uitzondering van een deel van Limburg. De rivieren, voornamelijk Rijn en Maas, voerden grote hoeveelheden grind, zand en klei aan vanuit het oprijzende achterland. Deze sedimenten vulden de zee langs de toenmalige kust op. Het land breidde zich uit en de kustlijn verplaatste zich langzaam naar het westen.
Ten tijde van het Tiglien was Nederland voor een groot deel aan het droogvallen. Er heerste een gematigd warm klimaat met een gemiddelde temperatuur van 19 °C in juli. De zeespiegel ging nog wel op en neer en begroef de continentale veenlaagjes onder een laag zeeklei of zand, maar voor het grootste deel was Nederland droog. Doordat het landijs uit het Saalien pas veel later kwam, was Nederland nog grotendeels vlak en bedekt met eindeloze bossen, riviervlaktes en drassige moerassen. Door de regen spoelden zaden, bladeren, botten en braakballen in de hoefijzermeren. Omdat er geen stroming meer stond, konden ze netjes fossiliseren.
De vegetatie in het Tiglien bestond vooral uit dichte loof- en naaldbossen. Aan de hand van fossiele vruchten, zaden en stuifmeelkorrels kan een reconstructie gemaakt worden over de plantensoorten en hun talrijkheid in die periode.
Aan de flora en fauna die is gevonden zie je goed dat het een zeer nat milieu was. Drijvende varens, waterplanten, twee soorten lelies, een beverachtige (Trogontherium), twee soorten watermollen en natuurlijk vele soorten vissen. Natuurlijk zijn ook landplanten en landdieren gevonden, zij vormen zelfs de meerderheid. Hun zaden en stuifmeel zijn in de afzetting gewaaid of gevallen, hun botten zijn in de vorm van karkassen of braakbalresten ingespoeld.
De lijst van soorten die in de kleigroeves van Tegelen en omgeving gevonden zijn, is lang. Er zijn overblijfselen gevonden van verschillende grote landdieren zoals:
Ook een groot aantal roofdieren is gevonden:
Het bekendste zoogdier uit Tegelen was een aap, die Macaca florentina werd genoemd. De gevonden onderkaak en een aantal kiezen en tanden zijn niet of nauwelijks te onderscheiden van de recent in Marokko nog levende berberaap. De makaak uit Tegelen is toch wel heel bijzonder, de dichtstbijzijnde nog levende apen zitten helemaal op de rots van Gibraltar.
Het zal alleen nogal lastig worden om zelf nog op zoek te gaan naar fossielen in de groeves; de meeste groeves zijn omgevormd tot recreatieterreinen, stille bosmeren of gewoonweg dichtgegroeid met bos. Er is nog één groeve in gebruik, de groeve Hoogterras Tegelen, maar helaas mag je daar zonder toestemming niet naar binnen.
- Jelle Reumer, Natuurhistorisch Museum Rotterdam (bewerking Jody Mijts, Naturalis)