Voor de beschrijving van soorten uit de familie Nothosauridae is alleen maar schedelmateriaal gebruikt, omdat er tot nog toe op de hele wereld slechts enkele volledige skeletten gevonden zijn. Daarom moeten we ons bij een karakterisering noodgedwongen beperken tot de botjes waaruit de schedel is samengesteld. Nothosaurus winterswijkensis is een visetend zeereptiel van 1,5 - 2 meter lang. Het dier verschilt slechts weinig van N. marchicus. Hierbij zijn de volgende verschillen belangrijk: N. winterswijkensis heeft drie tanden tussen de grijptanden in de bovenkaak de grijptanden van de snuit. De vijfde grijptand van het premaxillair is duidelijk kleiner. Het jukbeen loopt helemaal door tot in de oogkas. Het ploegschaarbeen (vomer) loopt ver naar achteren door en de schedelopening bij de pijnappelklier ligt in een duidelijk verdiepte sleuf.
Met name de tanden in de kaak wijzen erop dat we te maken hebben met een typische viseter. Daarnaast gebruikte de nothosaurus zijn ledematen voornamelijk om te zwemmen en kon hij er slecht op lopen.
Nothosaurus winterswijkensis bracht het grootste deel van zijn tijd door in zee.
Resten van N. winterswijkensis zijn tot nu toe alleen bekend uit Winterswijk, maar andere leden uit de familie zijn in het grootste deel van Eurazië en Noord-Afrika gevonden. Er zijn echter vrijwel geen ontsluitingen van de gesteentelagen uit de precieze tijd waarin we N. winterswijkensis zouden kunnen verwachten.
Nothosaurus winterswijkensis komt voor in het Anisien, het oudste deel van het Midden-Trias, ongeveer 240 miljoen jaar geleden.
Het is duidelijk dat N. winterswijkensis en N. marchicus nauw verwant zijn, maar een gezamenlijke voorouder is nog niet bekend. Beide zijn verwant aan een ander geslacht, Lariosaurus, dat ook uit China bekend is. Over de precieze afstamming wordt echter nog druk gediscussieerd.
De enige vindplaats tot nu toe, zowel in Nederland als in de wereld, is de Ankerpoortgroeve in Winterswijk. In Naturalis in Leiden, museum Jannink in Enschede en museum Freriks in Winterswijk ligt botmateriaal. Het holotype bevindt zich in Naturalis, een paratype in Museum Jannink, dat inmiddels is overgegaan in Museum TwentseWelle in Enschede.
- Paul Albers, Naturalis
Albers, P. C. H. & O. Rieppel, 2003. A new species of the sauropterygian genus Nothosaurus from the Lower Muschelkalk of Winterswijk, The Netherlands. - Journal of Paleontology 77(4): 738-744.
Oosterink, H. W., 1986. Winterswijk, Geologie. Deel II. De Trias-periode (geologie, mineralen en fossielen). - Wetenschappelijke Mededeling van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging 178: 1-120.
Oosterink, H., W. Berkelder, C. de Jong, J. Lankamp & H. Winkelhorst, 2003. Sauriërs uit de Onder-Muschelkalk van Winterswijk. - Grondboor & Hamer 57(1a).
Rieppel, O. & R. Wild, 1996. A revision of the genus Nothosaurus (Reptilia, Sauropterygia) from the Germanic Triassic, with comments on the status of Conchiosaurus clavatus. - Fieldiana: Geology, New Series 40: 1-85.