ZOEKEN

MEER

Bekijk alle in het overzichtNaar overzicht»

DWARSDOORSNEDEN

In Google Maps

Maak een doorsnede»

FOSSIELVONDSTEN

Fossielen op de kaart van Nederland

Bekijk de kaart»
Geologie van Nederland
is een initiatief van

Maashagedis

Taxonomie

Klasse
Reptilia (reptielen)
Orde
Squamata (schubreptielen)
Familie
Mosasauridae
Geslacht
Mosasaurus
Soort
hofmanni

Karakterisering

De Maashagedis, Mosasaurus hoffmanni (Mantell, 1829), heeft nooit in de rivier de Maas gezwommen. Daar waar nu de Maas stroomt, bevond zich in het Krijt 65 miljoen jaar geleden - een diepe, warme zee. Als de in zee levende dieren stierven, werden ze door kalk ingekapseld en konden ze fossiliseren. Veel later kwam die kalk aan de oppervlakte en werd het gebruikt als meststof. In de kalkgroeves en ook in de gangen die door de kalkwinning in de Sint-Pietersberg ontstonden, vond men in het midden van de achttiende eeuw reusachtige kaken met grote tanden. Men had in die tijd nog een statisch beeld van de wereld: "God had de aarde geschapen zoals zij was." Die grote kaken moesten dan ook toebehoord hebben aan tandwalvissen of krokodillen, zoals die nog steeds voorkwamen.

Uiterlijk

Volgens Hoffmann, een arts die ook in naturaliën geïnteresseerd was, waren de kaken van een krokodil. De wetenschapper PetrusCamper meende dat ze hadden toebehoord aan een tandwalvis, waarschijnlijk een potvis. Maar de Fransman Georges Cuvier stelde aan het einde van de achttiende eeuw dat dieren ook konden uitsterven. In 1796 vergeleek hij een schedel van een mammoet uit Siberië met een Afrikaanse olifant en Indische oIifant en kwam tot de conclusie dat ze verschillend waren. Omtrent de mammoet had hij drie hypothesen: het dier leefde nog ergens, de mammoet was een overgangsvorm, of hij was uitgestorven. Dat zo'n groot dier als de mammoet nog ergens onopgemerkt zou leven, geloofde Cuvier niet. En een overgangsvorm paste niet in het statische wereldbeeld. Zodoende kwam Cuvier op het idee dat dieren konden uitsterven. Adriaan Gilles Camper zette het wetenschappelijk werk van zijn vader Petrus voort. Hij wilde aantonen dat zijn vader het met zijn 'potvis' bij het rechte eind had. Maar na vergelijking van de schedel met verschillende nog levende dieren, kwam Adriaan Camper tot de conclusie dat noch zijn vader noch Hoffmann gelijk had. Camper meende eveneens dat dieren konden uitsterven. In zijn optiek was de Maashagedis een uitgestorven varaanachtig reptiel. In 1829 gaf Mantell het 'grote beest van Maastricht' de wetenschappelijke naam Mosasaurus hoffmanni, ter ere van Hoffmann.

 

Het was de beroemde zoöloog Hermann Schlegel van1858 tot 1884 directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, die in 1854 aantoonde dat de Maashagedis flippervormige ledematen moest hebben gehad en dus een zeedier moest zijn geweest. Tot dan toe had men aangenomen dat de Maashagedis zowel op het land als in het water kon leven en daaraan aangepaste ledematen had. Mosasauriërs vormden een soortenrijke groep. Sommige soorten waren enkele meters groot, andere konden zo'n 15 meter lang worden. Alle soorten voedden zich met ammonieten en bewogen zich voort door middel van horizontale bewegingen van rug en staart. De flippers werden voornamelijk gebruikt om te sturen en het lichaam stabiel te houden.

 

 

Leefwijze

Over de leefwijze van de maashagedis is veel discussie onder paleontologen. Tegenwoordig is men het er echter wel over eens dat Mosasaurus hoffmanni niet zozeer een actieve jager is geweest, maar eerde een hindernisjager (ambush predator). Als een snoek hield hij zich tussen het zeegras verborgen, in afwachting van zeeschildpadden en andere voorbijzwemmende prooi. Was de prooi dicht genoeg genaderd, dan sloeg de maashagedis razendsnel toe. Hij schoot op het slachtoffer af, sperde zijn kaken wijd open en klapte ze razendsnel dicht. Dankzij de krachtige kaken bezet met rijen scherpe tanden hield hij zijn slachtoffer in een houdgreep. Met zijn tanden kon het dier geen stukken vlees van zijn prooi afhappen. Mogelijk draaide hij zich net als een krokodil razendsnel rond, waarbij hompen vlees van het lichaam loslieten. Vervolgens slikte hij die door.

Geografische verspreiding

Tijdens het Krijt stond Europa voor het grootste deel onder water. In deze gebieden, maar ook in de ondiepe zeeën bij Amerika, leefden de mosasauriërs. Over de verspreiding van Prognathodon weten we vrijwel niets, omdat er slechts één enkel exemplaar is gevonden. Wel kan men ervan uitgaan dat dit  dier op meer plaatsen in de Krijtzee voorkwam.

Voorkomen in de tijd

Mosasaurus kwam voor tijdens het laatste deel van het Krijt, het Maastrichtien (70 tot 65 miljoen jaar geleden). Aan het eind van het Krijt, toen een grote meteoriet insloeg, zijn veel grote dieren uitgestorven. Ook de maashagedis heeft deze ramp niet overleefd. Maashagedissen stonden in zee aan de top van de voedselketen. Na hun uitsterven hebben haaien, die tijdens het Krijt ook al voorkwamen, die positie overgenomen.

Evolutie

De maashagedis is in de loop van de tijd steeds beter aangepast geraakt aan het leven in zee. Oorspronkelijk waren zijn voorouders varaanachtige landdieren. De oudste maashagedis, gevonden in Kroatië en ongeveer negentig miljoen jaar oud, laat zien dat de eerste 'echte' een grote, zwemmende hagedis met normale poten was. Daarna zijn er al snel gespecialiseerde soorten ontstaan, waaronder grote versies die haaien bejaagden, middelgrote die schildpadden konden kraken en kleine die visjes en schelpen aten. Door vele vondsten wereldwijd is men veel te weten gekomen over het eet- en leefpatroon van maashagedissen. Hun poten evolueerden in gestroomlijnde flippers en hun staart werd hoger, zodat ze beter konden zwemmen. Vooral tijdens het einde van het Krijt waren maashagedissen de heersers van de zee. Na het Krijt zijn ze uitgestorven.

Vinplaatsen in Nederland

De eerste fossielen van de Maashagedis werden al in 1764 in de Sint-Pietersberg gevonden door J.B. Drouin. De beroemdste is echter in1780 ontdekt. In dat jaar vonden arbeiders in één van de gangen van de Sint-Pietersberg een aantal kaken. Barthlemy Faujas de Saint Fond (1742-1819) geeft een beschrijving van de lotgevallen van de kaken. Volgens hem riepen de groeve-arbeiders de hulp in van de arts Hoffmann. Hoffmann liet de kaken voorzichtig uitgraven en naar zijn huis brengen. Pater Godin claimde de kaken op grond van het feit dat ze in zijn grond waren gevonden en maakte er een rechtszaak van. Hij won en stelde de kaken tentoon in een huisje aan de voet van de Sint-Pietersberg. In 1795 veroverden de Fransen Maastricht en eisten de kaken op. Godin had intussen de kaken in de stad verstopt. Het verhaal gaat verder dat een zekere Freichine een beloning van 600 flessen uitmuntende wijn uitloofde voor degene die het stuk onbeschadigd bij hem thuis bezorgde. De andere dag al brachten 12 grenadiers de kaken bij Freichine. De fossielen werden naar Parijs verzonden, waar ze nu nog te zien zijn in het natuurhistorisch museum. Een afgietsel werd aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis) geschonken. Volgens de studente Peggy Rompen klopt dit verhaal echter niet. Hoffmann zou de fossielen nooit in bezit hebben gehad; er heeft nooit een rechtszaak tegen Hoffmann plaatsgevonden en er zijn nooit flessen wijn uitgeloofd voor het opsporen van de fossielen. Het verhaal van Faujas werd volgens Rompen verzonnen ter rechtvaardiging van het feit dat het Franse leger een burger zijn eigendom had ontnomen.

 

 

De vondst van een compleet skelet is zeer uitzonderlijk en van Mosasaurus hoffmanni dan ook nog niet aangetroffen. Na de dood raken de wervels namelijk snel uit hun anatomische verband, door de invloed van zeestromingen en de activiteiten van aaseters. Maastricht is niet de enige vindplaats van de maashagedis. Ook in de andere Zuid-Limburgse kalksteengroeven en vooral ook vlak over de grens in België worden regelmatig vondsten gedaan.

Meer reptielen en amfibieën